Collega’s vertellen

Marianne, woonbegeleider in Ypendael

“Mensen wonen hier in groepen van 6 of 8 bewoners. Ze hebben samen een woonkamer en ieder een eigen slaapkamer, die ze vaak heel persoonlijk inrichten. Het is leuk om daar bij ze ‘op bezoek’ te komen. Deze mensen liggen mij goed. Je kunt er leuk contact mee hebben, ze helpen bij het bereiken van hun doelen en als het slecht met ze gaat, kun je er voor ze zijn. Ik heb het hier dan ook erg naar mijn zin. We hebben een gezellig team, er wordt nauw samengewerkt en veel gelachen. Bovendien kun je hier veel leren. Praktische dingen als levensreddend handelen, maar ook een basiscursus psychopathologie of de cursus rehabilitatie. Dat laatste gaat over onze manier van werken, waarbij de bewoner centraal staat. En omdat ons werk zich ontwikkelt, groei je zelf ook.”

Alke, woonbegeleider in De Beukenhof

“Het leuke aan werken bij Fonteynenburg is dat je jezelf kunt blijven ontwikkelen. De verschillende cursussen die je kunt volgen, houden je scherp en maken het werk steeds boeiender. Zo heb ik een cursus gebarentaal gevolgd toen ik met dove cliënten werkte. Hier bij De Beukenhof begeleiden we cliënten met een dubbele diagnose: een psychiatrische stoornis in combinatie met een verslaving. Om deze cliënten goed te kunnen begeleiden, heb ik een interne cursus gevolgd. Ook daar heb ik veel aan gehad.
Samen met andere woonbegeleiders vorm ik een intervisiegroep. Door zaken waar je tegenaan loopt met collega’s te bespreken, leer je veel van elkaar. Dat is leuk en stimulerend. Dat je bij Fonteynenburg zo allround bezig kunt zijn, maakt dat het werk altijd interessant blijft. Ik heb het hier dan ook erg naar mijn zin en blijf zeker nog een hele tijd bij Fonteynenburg werken.”

Karen, ambulant individueel begeleider

“Met elke cliënt bespreek ik wekelijks wat er speelt en wat we kunnen doen om het leven aangenamer te maken. Dat doen we samen, of ik compenseer wat diegene zelf niet kan. Vanuit de rehabilitatiemethodiek kijk ik naar alle levensgebieden, waaronder wonen, werken en vrije tijd. Elke vraag of wens van een cliënt neem ik serieus. Te vaak horen zij: dat kun jij toch niet. De kunst in mijn werk is de mensen weer het gevoel te geven dat ze ertoe doen. Bijvoorbeeld door ze in hele kleine stapjes aan vrijwilligerswerk te helpen, of aan een beter huis – dat wat zij belangrijk vinden. Daarbij bekijk ik ook of ze wel alle financiële mogelijkheden gebruiken en de juiste indicatie hebben – zoniet, dan vraag ik die aan. Het is telkens weer puzzelen om dingen voor elkaar te krijgen. Gelukkig heb ik veel vrijheid om te doen wat nodig is.”