Fonteynenburg in de pers: gouden combinatie van krachten

Scratch InnovatieIn Scratch, een uitgave van RIBW Alliantie, verscheen onderstaand artikel over de succesvolle implementatie van Systematisch Rehabilitatiegericht Handelen (SRH) binnen Fonteynenburg, en de wisselwerking ervan met zelforganisatie.

Een kleine toelichting vooraf…

Binnen Fonteynenburg wordt gewerkt met de methodiek SRH als belangrijkste fundament. Om te herstellen moeten cliënten zich ‘empowered’ voelen. Empowered vertaalt zich in het herwinnen van autonomie en het durven nemen van risico’s en verantwoordelijkheid. De focus ligt daarbij op potentieel en krachten. Mensen in staat stellen hun eigen leven vorm te geven, ook als zij ondersteuning nodig hebben; dat is een belangrijke kern van empowerment en een eerste doel van herstelgerichte zorg. Fonteynenburg heeft deze vorm van werken geborgd in haar Methodisch Begeleidingskader: SRH.

“Bestuurlijk draagvlak, één taal en volop faciliteren”

De wisselwerking tussen SRH en zelforganisatie

Innovatie is meer dan het introduceren van een nieuwe methode of nieuw product. Innoveren is ook het succesvol implementeren ervan. En dat is nog niet zo eenvoudig. RIBW Fonteynenburg is niet de eerste organisatie die een aantal jaar geleden herstelgericht werken introduceerde. In hun geval met de methodiek Systematisch Rehabilitatiegericht Handelen (SRH).

Maar hoe komt het dat daadwerkelijk een andere cultuur is ontstaan en een andere dynamiek tussen begeleider en cliënt? “Dat komt vooral omdat we de wisselwerking tussen zelforganisatie en SRH hebben benut,” aldus Barry Kristians, adviseur Innovatie en Kwaliteit.

Bestuurlijke steun

“We zijn er nog niet hoor,” relativeert projectleider/SRH coach-consulent Natascha Mouwen. “Maar we zijn een heel eind. Ik denk dat inmiddels 80-90% van onze organisatie geschoold is volgens de basisprincipes van het SRH.

De keuze om de verbinding te maken met zelforganiserende teams is niet op voorhand gemaakt, maar al snel kwam het inzicht dat je niet kunt werken vanuit de krachten van de cliënt zonder hetzelfde te doen met je medewerkers. Onze bestuurder heeft een belangrijke rol gespeeld bij dat inzicht en draagt dit actief uit.”

Een ladekast en blended learning

Oké: bestuurlijk draagvlak, een eenduidige benadering van cliënt en medewerker. Maar waarom was het tien jaar geleden, toen Fonteynenburg startte met SRH, lastiger dan nu? “Omdat we de afgelopen twee jaar echt de verbinding hebben gemaakt met het EPD.

Hierin hebben we ook een ‘ladekast’ opgenomen met tools vanuit SRH. Bovendien hebben we een blended learningprogramma ontwikkeld dat positief is beoordeeld door de licentiehouder van SRH-onderwijs, de RINO groep. We faciliteren medewerkers dus op alle fronten en je ziet dat dat werkt. Met name door de leeromgeving is een gemeenschappelijke taal ontstaan.”

Meer samen met de cliënt

Donna Heijnsdijk, individueel begeleider zegt: “SRH gaat enorm uit van krachten. Als je daarmee werkt en je hebt alle middelen en ruimte om dat te doen, dan ga je echt anders denken. Dan ga je ook bij je collega’s krachten zien en benutten. Net als elders hebben wij het druk, maar we grijpen graag de kans om dingen zelf te regelen. We merken dat het sneller gaat en dat we heel goed weten wat we willen en kunnen.”

Begeleider Alexandra Helleman: “Ik heb financiën in mijn portefeuille en heb nu veel meer zicht op wat er inkomt en uitgaat. Dat deel ik ook met de cliënten en zo kijken we op de locatie waar mogelijkheden liggen. Ook dat gaat nu anders: we doen veel meer samen met cliënten. Het is veel opener.”
Gouden combinatie
Dat zelforganiserende teams en een goede implementatie van een methodiek een gouden combinatie zijn, toont het team van De Beukenhof van RIBW Fonteynenburg. Dit team heeft de SRH-methodiek bewerkt tot een concreet 5-fasenmodel voor de complexe doelgroep op deze locatie en zijn daarmee doorstroomlocatie geworden in plaats van eindpunt.

Innovatie vanaf de werkvloer dus. Er is binnen de teams veel autonomie. In combinatie met de SRH-methodiek daagt dit uit tot het inzetten van talenten en vakmanschap.

Bron